Startpagina
Vorige        Volgende
Overzicht

Fazanten zijn echte loopvogels. Ze kunnen zich razendsnel in alle richtingen verplaatsen. Bovendien verstaan ze de kunst om ongezien tussen de begroeiing weg te sluipen. Een normaal zeer opvallende fazantenhaan is in staat om als een slang tussen graspollen door weg te kruipen. Op het moment dat ze op de wieken gaan gebeurt dat in een snelle, "roffelende" vlucht, haast altijd voor de wind. De hanen maken hierbij meestal een luid kakelend misbaar. Soms laten ze zich na een korte vlucht als een steen weer in de dekking vallen. Dat gebeurt ook als ze gaan overnachten op grasland. Fazanten roesten op boomtakken, maar ook regelmatig op de grond, waar ze zich haast onvindbaar kunnen wegdrukken.
De fazant is een alleseter. Op het menu staan zaden (granen), delen van planten (fazantenschade in spruiten en jonge bieten), insecten, slakken en allerlei ander dierlijk materiaal. Het voedsel wordt voor verteerd in een krop. Met de krachtige poten, sporen en snavel wordt de bodem losgemaakt om bij ondergrondse plantendelen te komen (schade in de bollenteelt) of om bodemdieren te voorschijn te brengen. Foerageren gebeurt 's ochtends en s avonds, vaak in groepen in het open veld.
In maart,april en mei bakent de haan kraaiend zijn territorium af. Het meet ongeveer 400 bij 400 meter, met een overlapping door andere hanen. Concurrenten worden verjaagd. In deze periode is het mogelijk een schatting te maken van het aantal fazanten in een gebied. Een haan bezit een of meerdere hennen, die hij met zachte geluiden begeleidt. De hennen herkennen hun haan aan zijn roep. De haan biedt de hen voedsel aan en benadert haar vervolgens met een slepende vleugel en schuddende staart. Hierbij maakt hij met gesloten snavel sissende geluiden. Vervolgens treedt hij de hen.